De Bibliotheek op school steeds professioneler

Gepubliceerd op: 6 februari 2018 13:21

De leesbevorderingsaanpak door openbare bibliotheken wordt steeds professioneler in vergelijking met eerdere jaren. Zo hebben steeds meer scholen een leesplan opgesteld en zijn leesconsulenten steeds vaker hbo-geschoold.

Dit blijkt uit het rapport Dienstverlening openbare bibliotheken aan het primair onderwijs. Met dit onderzoek, dat jaarlijks via het Bibliotheekonderzoeksplatform (BOP) wordt uitgevoerd, is in kaart gebracht hoe de dienstverlening van openbare bibliotheken er voor het primair onderwijs uitziet. Dit gebeurt in landelijke programma’s zoals de Bibliotheek op school, maar ook in eigen ontwikkelde programma’s en initiatieven.

Activiteiten en programma's

Alle (basis)bibliotheken die hebben deelgenomen aan dit onderzoek werkten in het schooljaar 2016-2017 samen met het primair onderwijs. De bibliotheken verzorgden activiteiten en programma’s op het gebied van leesbevordering (voor 81% van de scholen in het werkgebied van de bibliotheek), informatievaardigheden (voor 43% van de scholen) en mediawijsheid (voor 33% van de scholen). Zij bedienden in totaal 5.530 van de 6.787 basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs in hun werkgebied. De 127 bibliotheken die de Bibliotheek op school aanbieden, hebben in 2017 in totaal 2.813 basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs bediend met deze aanpak. Dat is 49% van de aanwezige scholen in het werkgebied van deze bibliotheken.

De intermediair als onmisbare schakel

Er is niet alleen sprake van een structureler en doelgerichter leesbeleid en hoger geschoold bibliotheekpersoneel, maar bibliotheken werken ook gericht aan de professionalisering van de ‘intermediair’: 89% van de bibliotheken biedt in samenwerking met het primair onderwijs informatieavonden over lezen voor ouders aan en 90% van de bibliotheken biedt workshops en trainingen voor leerkrachten aan op het gebied van leesbevordering.

Knelpunten en aanbevelingen

Er worden echter ook knelpunten gesignaleerd, waarbij onvoldoende financiering (voor 62% van de bibliotheken) en onvoldoende personele bezetting (51%) het meest in het oog springen. Hier liggen ook kansen om de dienstverlening te verbeteren. Het kernteam van de Bibliotheek op school doet daarom de volgende aanbevelingen:

  • Beleid
    Plezier in lezen is het middel om de taalontwikkeling bij kinderen te stimuleren. De Bibliotheek op school ondersteunt het onderwijs om van hun leerlingen (weer) enthousiaste lezers te maken. Plezier in lezen moet daarom hoog op de beleidsagenda (blijven) staan bij gemeente en onderwijs.
  • Formatie en financiering
    De leesconsulent is steeds vaker hbo-geschoold. Voor een professionele uitvoering van de Bibliotheek op school is niet alleen goed opgeleid, maar ook voldoende personeel nodig. De aanpak heeft daarnaast het meeste baat bij een structurele financiering.
  • Resultaatmeting
    Het meten van resultaten is dankzij de Monitor de Bibliotheek op school en de BOP-enquête primair onderwijs eenvoudiger geworden. De Monitor de Bibliotheek op school brengt het leesklimaat op school in kaart, de opbrengst van de samenwerking tussen school en bibliotheek. Deel die resultaten dus ook vooral met de gemeente en het onderwijs.

Landelijke en individuele rapportages

In totaal hebben dit jaar 138 (basis)bibliotheken deelgenomen aan het onderzoek Samenwerking primair onderwijs. Daarvan zijn er 117 bibliotheken die samenwerken met het primair onderwijs volgens de aanpak de Bibliotheek op school. Uit een aanvullende inventarisatie van Kunst van Lezen blijkt dat nog tien bibliotheken die niet aan het onderzoek hebben meegedaan, deelnemen aan de Bibliotheek op school.

De KB heeft voor alle betrokkenen in het veld een landelijke rapportage opgesteld waarin duiding wordt gegeven aan de resultaten voor het totaal aan bibliotheken. In aanvulling op de landelijke rapportage hebben alle deelnemende bibliotheken een individueel rapport ontvangen, waarin de resultaten van de bibliotheek worden afgezet tegen de landelijke cijfers, de resultaten van de provincie en bibliotheken van vergelijkbare grootte. Beide rapportages zijn te raadplegen via het Bibliotheekonderzoeksplatform.