Drie onderzoeken naar leestijd en leesmotivatie bij kinderen

Gepubliceerd op: 29 januari 2018 09:59

De afgelopen maanden zijn er drie onderzoeksrapporten verschenen over lezen, leesmotivatie en leestijd. Zo blijkt dat Nederlandse kinderen minder van lezen houden dan leeftijdsgenoten in andere landen en dat het percentage tieners dat minimaal 10 minuten per week boeken, kranten, tijdschriften en nieuwssites leest, in tien jaar tijd is gedaald van 65 naar 40 procent. Interventies zoals de Bibliotheek op school die de intrinsieke leesmotivatie stimuleren, blijven daarom onverminderd van belang.

PIRLS 2016

Ongeveer één op de drie Nederlandse tienjarigen ervaart weinig tot geen leesplezier. Dit blijkt uit het verschenen onderzoek Progress in International Reading Literacy Study (PIRLS). Het percentage leerlingen dat niet van lezen houdt, ligt in Nederland twee keer hoger dan het internationale gemiddelde.
Hoewel Nederlandse leerlingen gemiddeld zeer hoog scoren op leesvaardigheid, blijven de leesscores van ‘onwelwillende’ lezers achter bij die van de rest. Basisscholieren die lezen leuk vinden zijn, met 560 punten in PIRLS, zeer vaardige lezers. Kinderen die lezen enigszins leuk vinden, zitten met 550 punten nagenoeg op de gemiddelde Nederlandse leesscore. Leerlingen die lezen niet leuk vinden scoren daar met 527 punten ver onder. Leesmotivatie is dus de motor achter leesvaardigheid.

Nederlands leesmotiviatieonderzoek

In opdracht van Stichting Lezen vroeg DUO Onderwijsonderzoek bijna 6.000 leerlingen tussen de acht en achttien jaar naar hun leesmotivatie. Deze onderzoeksresultaten verschenen in De leesmotivatie van Nederlandse kinderen en jongeren. Kinderen zijn voornamelijk intrinsiek gemotiveerd om te lezen: zij lezen omdat zij nieuwsgierig zijn naar bepaalde onderwerpen of omdat zij zich zo kunnen onderdompelen in een verhaal. Extrinsieke motivaties, zoals lezen om het beter te doen op school of lezen om bevestiging te krijgen van ouders en leeftijdsgenoten, zijn voor slechts een kleine groep kinderen belangrijk. Dit geldt voor álle groepen leerlingen, ongeacht leeftijd, sekse en opleidingstype. Naast de leesmotivatie zijn ook het leesgedrag, de leesomgeving en het mediagebruik van Nederlandse kinderen en jongeren in kaart gebracht.

Onderzoek SCP naar leestijd

Nederlanders gaan minder lezen, en deze ontwikkeling doet zich met name voor onder de jonge generaties. Dit blijkt uit het rapport Lees:Tijd. Lezen in Nederland van het Sociaal Cultureel Planbureau, een verdiepend onderzoek naar de stand van het lezen in Nederland. Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door vijf landelijke partijen in het boekenvak, waaronder Stichting Lezen.

Uit het onderzoek blijkt dat er minder jongeren (13-19 jaar) en jongvolwassenen (20-34 jaar) zijn die lezen dan oudere mensen. Het verschil tussen de generaties is de laatste tien jaar gegroeid. Terwijl er evenveel 65-plussers zijn die lezen, daalde het percentage lezers onder jongeren tussen 2006 en 2016 van 65% naar 40%, en onder jongvolwassenen van 87% naar 49%.
De jongeren en jongvolwassenen die lezen, besteden daar nagenoeg evenveel tijd aan als oudere generaties. De daling van de leestijd wordt dus voornamelijk veroorzaakt doordat er meer mensen zijn die helemaal niet lezen. Het SCP constateert dat deze ontwikkeling aanzet tot actie. ‘Op basis van de resultaten van deze studie zou een intensivering van het leesbevorderingsbeleid in de volle breedte in de rede liggen.’