Meten is weten

Als je als school en bibliotheek gaat samenwerken, wil je met elkaar iets teweegbrengen bij de leerlingen. Je wilt iets veranderen in hun leesgedrag en leesmotivatie en informatievaardigheden. Je wilt bewust kiezen aan welke doelen je gaat werken en daarna wil je weten of je op de goede weg bent.

De Monitor de Bibliotheek op school brengt de opbrengst van de samenwerking tussen school en bibliotheek in kaart. Door ieder jaar de monitor uit te voeren, ontstaat een helder beeld van de veranderingen bij leerlingen, leerkrachten, docenten en ouders.
 

Digitale vragenlijsten

De monitor bestaat uit digitale vragenlijsten voor leerlingen, voor leerkrachten/docenten en voor leesconsulenten van de bibliotheek. Via deze vragenlijsten worden jaarlijks gegevens verzameld over:

• het leen- en leesgedrag van leerlingen
• de leesmotivatie van leerlingen
• de informatievaardigheden van leerlingen
• het leesbevorderende gedrag van leerkrachten/docenten
• onderwijs in informatievaardigheden

De resultaten staan voor elke school in een monitorrapportage. Op basis van een analyse hiervan stellen de bibliotheek en de school doelen op voor de komende periode. Bij de doelen worden werkwijzen afgesproken. Zij voeren voor een afgesproken periode de activiteiten uit en bekijken na een jaar wat het resultaat is. Zo nodig wordt de werkwijze aangepast.
 

Het werkt

De bibliotheek heeft met de Bibliotheek op school en de monitor geweldige instrumenten in handen om bij te dragen aan de taalontwikkeling van leerlingen. Uit onderzoek blijkt dat dit niet alleen een mogelijkheid is, maar dat die effecten er daadwerkelijk zijn (Nielen & Bus, 2015). Ondervraagde directeuren bevestigen dat de scores op diverse taaltoetsen omhoog gaan. Dit is een gegeven waar we trots op mogen zijn. ‘Meer lezen, beter in taal’ is geen loze kreet, maar een belofte die werkelijkheid wordt op scholen die effectief werken met de Bibliotheek op school en met de monitor.