Veelgestelde vragen de Biblotheek op school Plus
Hieronder geven we antwoord op een aantal veelgestelde vragen over de Bibliotheek op school Plus (dBos+).
1) Algemeen
Wat is de Bibliotheek op school Plus (dBos Plus)?
De Bibliotheek op school Plus is een aanpak die scholen ondersteunt bij de implementatie van effectief onderwijs in leesbegrip. Deze aanpak gaat uit van
het gedachtegoed van het handboek Rijke taal en voor de Bibliotheek is er een belangrijke rol weggelegd. De aanpak is ontwikkeld door Stichting Lezen, in samenwerking met TaalLab NL (Education Lab en Onze Amsterdamse School), Hogeschool Windesheim en IJsselgroep.Tussen 2024 en 2028 loopt een deels gesubsidieerd project, waarin deze aanpak wordt uitgeprobeerd op 7 scholen, aangescherpt op basis van de ervaringen, en vervolgens geïmplementeerd op 93 scholen. Dankzij flankerend onderzoek kunnen er aan het eind van het project uitspraken worden gedaan over de effectiviteit van (onderdelen van) de aanpak.
Wat is de aanleiding voor het ontwikkelen van de aanpak dBos Plus?
Een sluimerende onvrede over de kwaliteit van het leesonderwijs en over de gehanteerde methodes is de laatste jaren in toenemende mate zichtbaar geworden in het basisonderwijs. In combinatie met teleurstellende resultaten op verschillende periodieke internationale en nationale onderzoeken leidt dit tot veel aandacht voor de leesvaardigheid en de leesmotivatie van Nederlandse kinderen en jongeren. Deze aandacht heeft onder andere geresulteerd in het Masterplan Basisvaardigheden, waarvan het project de Bibliotheek op school Plus onderdeel uitmaakt.
Welke resultaten kunnen we verwachten na deelname aan het project dBos Plus?
Op korte termijn (enkele jaren) verwachten we een toename van leesmotivatie bij leerlingen en leerkrachten, groei in technische leesvaardigheid bij de leerlingen, een hogere bekwaamheid van leerkrachten op gebied van geïntegreerd werken aan leesonderwijs, toename van werkplezier bij leerkrachten door eigenaarschap, en een sterkere verbinding tussen de activiteiten en expertise van de Bibliotheek en het leesonderwijs in de school. Op lange termijn verwachten we naast het voorgaande een toename van het leesbegrip bij de leerlingen. Dit moet blijken uit het onderzoek dat parallel aan het project loopt. Daarnaast verwachten we ook andere opbrengsten uit het onderzoekstraject: het identificeren van werkzame elementen binnen effectief leesonderwijs in combinatie met de ondersteuning door de Bibliotheek.
Hoe gaat het verder met dBos Plus na dit project?
De bedoeling is dat dankzij dit project een effectieve aanpak kan worden beschreven die breed ingezet kan worden door scholen en bibliotheken.
Welke partijen zijn betrokken bij dBos Plus?
Landelijk: Ministerie van OCW, Stichting Lezen, TaalLab (Education Lab en Onze Amsterdamse School), Hogeschool Windesheim, IJsselgroep.
Lokaal/regionaal: de school, het schoolbestuur, de Bibliotheek, de POI en de externe onderwijsadviseurs.
2) Financiering en subsidie
Welke subsidies kan ik aanvragen voor deelname aan dBos Plus en hoe doe ik dat?
Vanuit het Masterplan Basisvaardigheden is er per deelnemende school via de Bibliotheek € 16.500,- beschikbaar. De school hoeft dit niet aan te vragen, dat doet de Bibliotheek via de aanvraagmodule ConnectID bij Stichting Lezen. De subsidie is vooral bedoeld voor de financiering van inzet van de onderwijsadviseur en de leesmediaconsulent gedurende het traject van twee jaar. Een stappenplan voor deze aanvraag wordt naar de bibliotheken verstuurd. Op de aanvraag volgt een toekenningsbrief en storting van het bedrag.
Scholen die deelnemen aan het onderzoek dat verbonden is aan dBos Plus, mogen eenmalig subsidie aanvragen bij Ontwikkelkracht. Dit kan in het eerste of het tweede jaar van het onderzoek het geval zijn. Je krijgt hier vanzelf bericht over. Je ontvangt ook een stappenplan dat de aanvraag uitlegt. De aanvraag zelf is niet moeilijk en kost weinig tijd.
Door wie wordt dit project gefinancierd?
Het project wordt gefinancierd vanuit het Masterplan basisvaardigheden van het Ministerie van OCW. Het onderzoek wordt gefinancierd vanuit Ontwikkelkracht.
3) Doelgroep en deelnamecriteria
Wie kan er meedoen aan dBos Plus?
Alle basisscholen in Nederland die minstens een jaar een structurele samenwerking hebben met de Bibliotheek in de vorm van de Bibliotheek op school, kunnen zich aanmelden voor een selectiegesprek.
Is de hele school betrokken bij dBos Plus?
Het traject is voor de groepen 4 t/m 8. Leerkrachten van groep 1 t/m 3 kunnen eventueel deelnemen aan de studiebijeenkomsten. Dat wordt zeker aangeraden voor de eerste studiebijeenkomst over voorlezen. Scholen kunnen voor een traject in de onderbouw ook contact opnemen met een onderwijsadviseur in de eigen omgeving of het eigen netwerk. Dit valt buiten de eerder genoemde subsidie dBos Plus vanuit het Masterplan basisvaardigheden. Mogelijk kan de Bibliotheek hier ook een rol in spelen. Belangrijk is wel dat de betreffende adviseur goed afstemt met de adviseur van het dBos Plus traject, zodat 1 t/m 3 en 4 t/m 8 goed op elkaar aansluiten.
4) Didactiek en methodes
Welke methode voor taal en lezen is geschikt in combinatie met dBos Plus?
Scholen die willen deelnemen aan het project dBos Plus kunnen zelf de keuze maken voor een methode of methodiek ten aanzien van het leesonderwijs. Voor het lopende onderzoek is het wel van belang dat op alle scholen op een vergelijkbare manier wordt gewerkt aan de transitie naar effectief leesonderwijs. Daarom wordt aan deelnemende scholen een aantal voorwaarden gesteld aan de uitvoering in de groepen. Deze voorwaarden zijn in overeenstemming met de visie op leesonderwijs van het boek Rijke taal (Smits en Van Koeven, 2022) en in lijn met de conceptkerndoelen Nederlands.
- In elke deelnemende groep leest de leerkracht 30 minuten per dag voor uit een boek. Zie ook punt 5.
- In elke deelnemende groep lezen de leerlingen 30 minuten per dag in een zelfgekozen boek.
- In elke deelnemende groep spreken en schrijven de leerlingen 15 tot 30 minuten per dag met als doel actieve verwerking van het (voor)gelezen boek.
- In de deelnemende groepen wordt gewerkt met brede thema’s van 6-8 weken, verbonden aan wereldoriëntatie.
- Elke deelnemende groep beschikt bij elk thema over een passend boekenaanbod: 3 goede voorleesboeken net boven het leeftijdsniveau van de klas, die voldoen aan de definitie van een rijke tekst, zoals geformuleerd door SLO. Hiervan worden er in ieder geval 2 voorgelezen. Daarnaast is er minstens 1 verhalend non-fictieboek beschikbaar.
- De school is bereid om de inzet van een methode/methodiek waar nodig aan te passen om aan deze voorwaarden te kunnen voldoen, of te kiezen voor een methode/methodiek die goed aansluit bij deze voorwaarden.
Welke methode voor wereldoriëntatie is geschikt in combinatie met dBos Plus?
In principe is elke methode geschikt. Het is vooral belangrijk dat er thematisch gewerkt kan worden waarbij ieder thema 6-8 weken duurt.
Hoe wordt er binnen dBos Plus omgegaan met de genormeerde LVS-toetsen gegeven het feit dat die manier van toetsen niet goed aansluit bij de aanpak van dBos Plus?
Vanuit perspectief onderzoek: LVS toetsen begrijpend lezen zijn op dit moment praktisch gezien de enige mogelijkheid om zicht te krijgen op ontwikkeling leesbegrip (schaal van het onderzoek en belastbaarheid scholen laten niet toe om eigen toetsing te doen) we zijn ons bewust van de beperkingen van deze toets, en daarom wordt er breder gekeken d.m.v. de Monitor de Bibliotheek op school. Op deze manier worden er bijvoorbeeld ook gegevens over leerkrachthandelen, het leesgedrag van leerlingen en het leesbeleid van de school verzameld. In de rapportage worden de beperkingen van de LVS-toetsen ook meegenomen.
Vanuit perspectief toetsresultaten: We begrijpen de vragen die scholen hebben ten aanzien van de veranderingen in het leesonderwijs en de relatie tot de LVS-toetsen begrijpend lezen. Er is inmiddels genoeg bewijs dat de LVS-toetsen begrijpend lezen niet de juiste instrumenten zijn om leesbegrip te toetsen of voorspellingen te doen over vervolgonderwijs. Helaas heeft dit inzicht nog geen concrete gevolgen gehad, en worden veel methodes gebaseerd op de verwachtingen van de toetsen. Ons traject is gericht op de ontwikkeling van leesbegrip, niet op het aansluiten bij de LVS-toetsen begrijpend lezen. Met name in het eerste jaar kunnen de LVS resultaten wat achterblijven, dit is ook afhankelijk van hoe snel en goed de leerkrachten het voorlezen, vrijekeuze-lezen en de gesprekken hierover toepassen in de groepen. Op de langere termijn verwachten we ook bij deze toetsen een stijging in de resultaten vanwege een toename van kennis en woordenschat en een betere verwerking van teksten bij de leerlingen. Het is mogelijk om in de weken voorafgaand aan de LVS-toetsen te oefenen met de vraagstelling van die toetsen.
5) Uitvoering en praktische organisatie
Hoe maak ik tijd op het rooster voor iedere dag een half uur voorlezen en vrij lezen?
Deelnemen aan dBos Plus betekent een aanpassing in het rooster omdat er structureel meer tijd wordt vrijgemaakt voor lezen, voorlezen en actieve verwerking. Omdat je hiermee o.a. werkt aan taalonderwijs en wereldoriëntatie, kun je ervoor kiezen om lessen of onderdelen uit de taal- en wo-methodes niet te doen. De onderwijsadviseur bespreekt met het leesteam hoe je dit kan doen met de nieuwe kerndoelen Nederlands als richtlijn. Belangrijk is ook dat de schoolleiding leraren stimuleert en faciliteert om keuzes te maken.
Kunnen kleine scholen de nascholing clusteren?
Ja, de Bibliotheek kan ten behoeve van financiering van het project voorstellen om twee kleine scholen in het dBos Plus traject te clusteren tijdens de studiebijeenkomsten. Twee groepen leerkrachten komen dan bijeen op de ene of andere school (of in de Bibliotheek) voor de studiebijeenkomsten. De groepsbezoeken en borgingsgesprekken zullen wel apart plaatsvinden.
6) Onderzoek
Wie voert het onderzoek uit?
Het onderzoek naar de Bibliotheek op school Plus (dBos Plus) wordt uitgevoerd door Education Lab NL. Dit is een samenwerkingsverband van onderzoekers van de Universiteit Maastricht en de Vrije Universiteit Amsterdam. Education Lab NL wil het onderwijs verbeteren op basis van wat werkt, door onderzoekers en mensen uit de onderwijspraktijk samen te brengen.
Education Lab NL heeft verschillende zogenoemde 'co-creatielabs' opgezet. In deze labs werken leerkrachten, schoolleiders, onderzoekers en beleidsmakers samen aan oplossingen voor lastige vraagstukken in het onderwijs. Een van deze labs is TaalLab NL. Dit lab richt zich op het voorkomen en aanpakken van taalachterstanden bij leerlingen in kwetsbare situaties.
Wil je meer weten over de projecten van TaalLab NL? Kijk dan op de websites van Education Lab NL of Ontwikkelkracht.
Wat betekent deelname aan het onderzoek voor mijn school?
We willen natuurlijk graag weten wat het effect is van dBos Plus, maar we begrijpen ook dat alle agenda’s al behoorlijk vol zitten. Daarom maken we zoveel mogelijk gebruik van gegevens die scholen toch al verzamelen. Dat zorgt ervoor dat het onderzoek zo min mogelijk extra werk oplevert voor leraren en leerlingen.
Er zijn drie hoofdbronnen van informatie voor het onderzoek:
- De Monitor de Bibliotheek op school (hierna: de Monitor)
- Toetsresultaten uit het leerlingvolgsysteem (LVS)
- Leesbeleidsdocumenten
We vragen scholen die deelnemen aan onderzoek om gedurende de loop van het onderzoek (2025 t/m 2027) de Monitor jaarlijks tussen de zomervakantie en herfstvakantie af te nemen op school. Daarnaast vragen we scholen om anonieme toetsgegevens aan te leveren uit het LVS-systeem. Ten slotte, vragen we één keer per schooljaar de documentatie van leesbeleid bij scholen op (bijvoorbeeld een kwaliteitskaart of leesplan).
De schoolleider vult gedurende de loop van het onderzoek een aantal keer een korte vragenlijst (+/- 5 minuten) in.
Wat is een Labdag?
Als je deelneemt aan onderzoek van TaalLab dan word je twee keer per jaar uitgenodigd voor een Labdag. Een Labdag is een fysieke bijeenkomst centraal in het land. Tijdens de Labdag kan je andere scholen ontmoeten die meedoen aan het onderzoek van TaalLab (of LerarenLab).
Sommige Labdagen zullen gaan over veel verschillende projecten die binnen TaalLab gedaan worden. Dit biedt de mogelijkheid om te leren over recente onderzoeksresultaten in andere projecten of is juist een kans om kennis te maken met nieuwe startende projecten die ook voor jullie school interessant kunnen zijn. Op andere Labdagen zullen we een bijeenkomst organiseren speciaal voor dBos Plus-scholen en worden er eerste resultaten van het onderzoek gedeeld of gaan we met elkaar in gesprek over mogelijke verbeterpunten.
De eerstvolgende Labdag is op 1 oktober 2025 in Wonders of Work in Utrecht. Aanmelden kan hier.
Wat voor resultaten kan ik verwachten van het onderzoek en wanneer?
De Bibliotheek op school Plus is een training van twee schooljaren. Pas als het hele traject is afgerond en de resultaten verwerkt zijn, kunnen we de onderzoeksresultaten met de buitenwereld delen. Dat zal in 2028 zijn. Als er tussentijdse resultaten zijn die het onderzoeksteam kan delen, dan zullen ze dit doen op de Labdagen (zie vraag hierboven). Er zal een onderzoeksrapport verschijnen met de algemene bevindingen. Daarnaast ontvangt iedere deelnemende school inzicht in de resultaten op hun eigen school (dmv een factsheet).
Hoe zit het met privacy en gegevensbescherming?
We vinden het heel belangrijk dat er zorgvuldig wordt omgegaan met privacy tijdens het onderzoek naar dBos Plus. Daarom worden geen persoonsgegevens verzameld, zoals namen of geboortedata van leerlingen of medewerkers. Zodra de gegevens binnenkomen, worden de schoolnaam en het BRIN-nummer vervangen door een anonieme code. De koppeling tussen die code en de school is alleen bekend bij de Data Steward van de Universiteit Maastricht. Onderzoekers hebben geen toegang tot deze koppeling. De code wordt maximaal 10 jaar bewaard, daarna wordt deze definitief vernietigd. Deze werkwijze geldt ook voor andere onderdelen van het onderzoek, zoals het logboek van de onderwijsadviseur, de vragenlijst voor schoolleiders en de documenten over het leesbeleid. Voor het delen van gegevens op schoolniveau, zoals het leesbeleid of de vragenlijst van de schoolleider, is toestemming van de schoolleider nodig. Wil jij niet dat bepaalde gegevens gedeeld worden met de onderzoekers? Dat kan. Je kunt dit laten weten door een mail te sturen naar: dbosplus@lezen.nl. Ouders worden geïnformeerd over het onderzoek op school door middel van een informatiebrief. Ook zij hebben het recht om hun kind niet te laten deelnemen aan onderzoek.
Ook de gegevens uit de Monitor worden geanonimiseerd voordat ze met de onderzoekers worden gedeeld. Zelfs de naam van de school of het BRIN-nummer is niet zichtbaar voor het onderzoeksteam. De toetsresultaten uit het leerlingvolgsysteem worden eveneens zonder persoonsgegevens gedeeld. Onderzoekers zien dus alleen de scores, niet van wie die zijn.
7) Aanmelding en selectie
Hoe verloopt de werving en selectie van nieuwe scholen?
De bibliotheek informeert kansrijke scholen over het project. Bij interesse kan de bibliotheek een oriënterend gesprek voeren met de school. Als de school interesse heeft in deelname aan het project, dan meldt de school zich aan voor een selectiegesprek via de landingspagina voor scholen. Op deze pagina is een link opgenomen naar het aanmeldformulier voor een selectiegesprek. Vervolgens wordt er een onderwijsadviseur gekoppeld aan de school, die eerst contact opneemt met de bibliotheek en daarna een selectiegesprek organiseert met de school en de bibliotheek. De bibliotheek kan zelf besluiten wie er het beste bij dat selectiegesprek aanwezig kan zijn. Doel van het gesprek is af te stemmen in hoeverre het traject op dit moment passend is bij de school. In dat gesprek wordt duidelijk of de aanmelding definitief wordt. Wanneer een school een GO-advies heeft ontvangen, bevestigt Stichting Lezen de school per e-mail hun deelname aan dBos Plus, met de link naar het aanmeldformulier voor deelname aan het project. De school vult het definitieve aanmeldformulier in. De betrokken adviseur en Bibliotheek worden ook geïnformeerd.
Wat als te veel scholen zich aanmelden?
In het schooljaar 2026-2027 kunnen 52 scholen starten met dBos Plus.
- Scholen die het selectieproces in het voorjaar van 2025 hebben doorlopen, maar niet in 2025-2026 konden starten en deelnemen aan het onderzoek, mogen in 2026-2027 sowieso starten.
- Als er inclusief de scholen die in het punt hierboven zijn genoemd meer dan 52 aanmeldingen zijn, krijgen nieuw aangemelde scholen met een achterstandsscore voorrang.
- Als er te veel scholen zijn met een achterstandsscore dan worden de scholen geselecteerd op basis van de hoogte van de achterstandsscore.
- Als er scholen zijn met een gelijke achterstandsscore en niet voldoende plekken voor al deze scholen, dan zal er worden geloot.
- Als er na de aanmeldingen van scholen met een achterstandsscore nog plek is, wordt met een loting bepaald welke scholen mee kunnen doen.
Tot welke datum kunnen scholen zich aanmelden voor een selectiegesprek?
Er is anders dan vorig jaar geen deadline. Er is een stop na 57 aanmeldingen.
Hoe verloopt de begeleiding van het dBos Plus traject?
De school wordt begeleid door een onderwijsadviseur en de leesmediaconsulent van de bibliotheek. De onderwijsadviseur is gedurende twee jaar de begeleider van het verandertraject en de professionele ontwikkeling in de school. De onderwijsadviseur is verantwoordelijk voor de uitvoering van de modules (studiebijeenkomsten, groepsobservaties, uitwisselingsgesprekken), en daarnaast voor de begeleiding van het leesteam.
De leesmediaconsulent maakt deel uit van het leesteam in de school. Hij/zij ondersteunt de onderwijsadviseur en de school bij de modules met inhoudelijke en praktische kennis. Gedurende het hele traject ondersteunt hij/zij leraren in de dagelijkse praktijk met kennis van jeugdliteratuur, leesbevordering, rijke taal en werkvormen met boeken. Samen met de school bouwt de leesmediaconsulent na twee jaar verder aan de borging van effectief leesonderwijs op school.
Wat is de gewenste startsituatie van de Bibliotheek op school bij de bibliotheek en hoe sluit die aan bij dBos Plus?
Het is een groot voordeel als de bibliotheek alle voorwaarden rond de Bibliotheek op school goed op orde heeft, en er duidelijkheid is over afspraken met scholen t.a.v. expertise en collectie. Verder hangt het ook van de startsituatie van de school af. In elk geval blijft de Monitor een belangrijk onderdeel. Alle activiteiten van de Bibliotheek zullen er nog meer op gericht zijn om de rol van leerkrachten te versterken (boekpromotie, kiezen van voorleesboek, adviseren bij het kiezen van een boek bij vrijekeuze-lezen). Als het leesonderwijs blijvend geïntegreerd is met wereldoriëntatie, en er blijvend veel wordt voorgelezen, dan heeft dBos Plus geholpen om bepaalde doelen van de Bibliotheek op school te behalen in de school.
Wat is de tijdsinvestering voor de school?
Het project dBos Plus vraagt een forse tijdsinvestering. Voor een groot deel kan deze worden ingepast in bestaande structuren, zoals lesgebonden uren, studiedagen en terugkerende overleg- of samenwerkmomenten.
Het gaat voor de leraren bijvoorbeeld om:
- Vier studiemiddagen voor alle betrokken leraren en het leesteam;
- Regelmatige uitwisselingsgesprekken tussen leraren, zowel n.a.v. de groepsbezoek als tussentijds;
- Tijd voor themavoorbereidingen;
- Structureel meer tijd voor voorlezen en lezen in de groepen.
Deze tijdsinvestering is nodig wanneer de school het leesonderwijs duurzaam wil veranderen. Daarom is het belangrijk dat het traject in de school breed gedragen wordt en dat men weet waarvoor men deze tijdsinvestering doet.
Wat is de tijdsinvestering voor de leesmediaconsulent?
Het aantal uren dat de leesmediaconsulent aan dBos Plus besteedt is van een paar factoren afhankelijk:
Het aantal groepen in de school dat meedoet aan het traject (hoe meer groepen, des te meer uren er nodig zijn voor bijvoorbeeld collectieadvies en voor de rol die de leesmediaconsulent speelt in het leesteam van de school).
De mate waarin de Bibliotheek ervoor kiest om activiteiten in het kader van dBos Plus uit te voeren in plaats van bestaande activiteiten in het kader van de Bibliotheek op school, en niet als extra activiteiten (dBos Plus staat niet voor een toevoeging aan de Bibliotheek op school, maar voor een andere invulling van de samenwerking met de school). Denk hierbij aan een Venn-diagram. Er zijn zaken die de Bibliotheek niet meer doet (omdat je met dBos Plus bijvoorbeeld al werkt aan een sterke leescultuur, kennis van jeugdliteratuur bij de leerkrachten, structureel voorlezen en vrije keuze lezen). Er zijn zaken die de Bibliotheek blijft doen (omdat die ook voor dBos Plus relevant zijn, zoals de Monitor, of andere activiteiten met leerkrachten of schoolleider), en er zijn zaken die de Bibliotheek nieuw gaat doen (omdat die deel uitmaken van dBos Plus, zoals op langere termijn deel uitmaken van het leesteam van de school).
Hoe dit precies uitpakt wisselt per bibliotheek, omdat het ook afhangt van de beginsituatie. Vanwege deze afhankelijkheden is het lastig om een bepaald aantal uren te benoemen. Deelnemende bibliotheken krijgen toegang tot een rekentool waarmee het aantal uren concreter kan worden gemaakt. Een deel van de uren staat vast: voor de geplande studiebijeenkomsten, groepsobservaties, uitwisselingsgesprekken, bijeenkomsten met het leesteam en intervisiebijeenkomsten met andere leesmediaconsulenten is 95 uur nodig, verdeeld over twee schooljaren.
8) Financiering voor Bibliotheken
Hoe krijgt de bibliotheek inzicht in de kosten van dBos Plus?
Deelnemende bibliotheken ontvangen een rekentool die ze samen met de school kunnen invullen om zicht te krijgen op de kosten en de financiering. De bibliotheek kan de dBos Plus subsidie aanvragen vanuit het Masterplan Basisvaardigheden (€ 16.500), bedoeld om de leesmediaconsulent en de onderwijsadviseur en (een deel van) de uren van de leesmediaconsulent te financieren. De school kan eenmalig een subsidie van Ontwikkelkracht aanvragen voor deelname aan het onderzoek. De hoogte van deze subsidie wordt ieder jaar gecorrigeerd voor de inflatie, en was in 2025 € 4.958.
Hoe verhoudt de Bibliotheek op school Plus zich financieel tot de bestaande samenwerking in het kader van de Bibliotheek op school?
De uitvoering van dBos Plus zal op de langere termijn niet per se meer uren hoeven te kosten, mits er keuzes worden gemaakt ten aanzien van het al dan niet voortzetten van bestaande activiteiten. Een deel van deze activiteiten wordt minder relevant wanneer een schoolteam zo intensief met boeken en lezen bezig is. Net als bij de Bibliotheek op school hebben bibliotheek en school te maken met een opstartperiode die wel intensiever is, ook in uren. De twee loopjaren van het project bieden de mogelijkheid om die opstartperiode gedeeltelijk op te vangen met de subsidie.
Heb je vragen die niet in de FAQ staan, neem gerust contact op via dbosplus@lezen.nl.